Nikki Vrees

Terug naar je roots

 

Dat de natuur helend kan werken hebben de meeste mensen wel eens ervaren, maar voor mij betekende dit een onomkeerbare verandering in mijn leven. Op 28-jarige leeftijd raakte ik thuis met een zware burn-out waarna een nieuwe manier van leven de enige oplossing leek. Elke dag dook ik de natuur in om me onder te dompelen in rust, stilte en schoonheid. Daar kon mijn overbelaste lijf en beschadigde ziel helen en vond ik talrijke levenslessen die ik drie jaar later bundelde tot ‘Boek van een dromer’.

 

Naar buiten

Het begon allemaal heel klein, met een wandeling tot aan de brievenbus op de hoek. Ik was zó moe dat ik letterlijk niet verder kon. Maar gaandeweg breidde m’n dagelijks rondje dusdanig uit dat ik na 1,5 jaar elke ochtend een uur door de polder liep.

Buiten in de natuur voelde ik me thuis. Ik ben altijd meer een Pocahontas als computernerd geweest, ik wist alleen niet hoe ik mezelf moest zijn in een wereld die gedomineerd werd door computers en waar ik in de auto stapte om naar het bos te gaan. Wanneer ik in de polder liep en de warme zonnestralen op het groene weiland zag kwam mijn geest tot rust en had ik het gevoel dat alles klopte. De eenvoud, de rust en het ogenschijnlijk simpele en overzichtelijke leven van de vogels. Het stond zo haaks op de wereld die ik gewend was. Een wereld die me zo vertrouwd was maar tegelijkertijd zo vreemd aanvoelde.

Ik luisterde naar het geschreeuw van meeuwen boven het veld, het vrolijke gesnater van een groepje krakeenden en de wilde plonsgeluiden van een meerkoet. Urenlang keek ik naar bergeenden met prachtig felrode snavels, schichtige grutto’s die met hun lange poten door de weide struinden opzoek naar insecten en geduldige reigers die vol trots langs de oever stonden, hun lange haren wapperend in de wind. Ik leerde de slobeend, smient en tureluur kennen en genoot intens van de kievit die altijd vrolijk door de lucht danst. Daar, in de polder, leerde ik wat echt belangrijk was. Waar ik vandaan kwam en waar ik hoor te zijn. En het waren die momenten waarop ik het moeilijk vond om huiswaarts te keren, terug naar een wereld die ik niet begreep. De polder zat vol leven en ik wilde niets liever dan daar een onderdeel van uitmaken. Maar hoe ik voor altijd in de polder kon blijven wist ik ook niet.

 

Alles is één

De natuur werd erg belangrijk voor me. Een van de belangrijkste dingen die er bestond. Twee keer per dag ging ik naar buiten om te zwerven over een paadje vol ganzenpoep of te dwalen tussen de bomen langs een klein bospad. Ik leerde verschillende soorten ganzen kennen en vond schoonheid in ‘doodgewone’ vogels zoals de roodborst. Elke vogel vond ik bijzonder, zelfs wanneer ik deze al honderd keer had gezien. Ik voelde een verbinding met de dieren. Ze waren belangrijk, ik was belangrijk en ineens realiseerde ik me dat we onlosmakelijk met elkaar waren verbonden.

We leven beide op dezelfde planeet die onze bescherming verdiend. We dienen elkaar te beschermen en voor elkaar te zorgen. Want waar ik eerst naar de natuur keek als iets opzichzelfstaand, voelde ik me nu een onderdeel van het grote geheel. En als een modern Sneeuwwitje toverde ik mijn tuin om in een groen paradijs voor wilde dieren en strooide ik ’s winters vogelzaad in het bos. Wij mensen kunnen letterlijk niet leven zonder de natuur want we hebben bomen nodig voor zuurstof. En bijen voor bestuiving van ons fruit. Ik leerde dat zorg dragen voor de natuur een vorm was om voor mezelf te zorgen en zo ontstond er een diepgaande liefde voor en verbinding met alles wat leeft.

 

Een onverwachte gast

Dieren begonnen mij ook op te zoeken. Steeds vaker vond ik dode vogels in mijn tuin die ik vervolgens begroef. En toen ik op een avond in bed lag hoorde ik een ransuil roepen vanaf het dak. De grootste verrassing was de keer waarop ik na thuiskomst van vakantie tegen een roofvogel op botste. Ik was nietsvermoedend de tuin in gelopen om de poort open te maken waarna de vogel opschrok en opsteeg. Zelf kreeg ik ook een rolberoerte en van schrik sloot ik mijn ogen. Ik grijnsde in mezelf om de hilariteit dat ik zo geschrokken was van een merel of tortelduif. Tot ik het gezoef van immense vleugels hoorde.

Toen ik m’n ogen opende keek ik recht in twee grote, gele ogen en een stel scherpe klauwen op nog geen meter afstand van mijn gezicht. M’n eerste gedachte ging uit naar een draak maar ik wist dat dit niet mogelijk was. Mijn zicht was nog enigszins troebel waardoor ik de vogel niet scherp kon zien en instinctief verborg ik mijn gezicht achter m’n armen. Bang dat het arme beest uit pure angst zou uithalen en mijn gezicht zou openkrabben. Geduldig wachtte ik af en gaf hem tijd om weg te komen. De grote vleugelslagen klonken zachtjes door de tuin en inmiddels was ik ontzettend nieuwsgierig geworden maar tegelijkertijd te bang om te kijken. Toen ik het veilig waande opende ik gauw m’n ogen en kon ik de bruine verschijning nog net over de schutting zien vliegen. Tot op de dag van vandaag is de aard van de vogel een raadsel gebleven maar gezien zijn contouren gok ik op een uil. Een van mijn lievelingsdieren.

 

Oudorperhout - de plek waar ik mezelf terug vond.

Levensmissie

Inmiddels voelde ik me zowel fysiek als psychisch een stuk beter en zag ik de toekomst weer zonnig tegemoet. Ik hield van mijn nieuwe manier van leven en van m’n nieuwe zelf. Al was ik voor het eerst in al die jaren eigenlijk mijn echte zelf. De persoon die er altijd al was geweest maar die ik niet durfde te zijn.

Mijn leven verliep heerlijk traag en ik deed alleen dingen waar ik blij van werd. Naast m’n rondes door de polder vond ik het fijn om in de tuin te werken, te moes tuinieren en de dieren te verzorgen. Ik had m’n werkgever vaarwelgezegd en was spontaan aan het schrijven geraakt. Elke week schreef ik een paar zinnen aan een roman waar ik zelf van smulde en had besloten dat dit was wat ik wilde gaan doen. Schrijven. Het had altijd in me gezeten maar kon nu pas een weg naar buiten vinden. Maar toen ik op een ochtend mijn fiets pakte om naar de polder te gaan ontdekte ik pas wat mijn echte taak op aarde was. Hetgeen ik hier te doen had, m’n levensmissie. En stopte ik met het schrijven van de roman.

 

Toen ik ’s ochtends de schuurdeur opentrok vond ik een molshoop in het gras tegen de zijkant van de schuur. Mijn hart maakte een sprongetje. Ik was verrukt en voelde me vereerd dat de mol mijn tuin had uitgekozen om te bezoeken en ik hoopte dat hij zou blijven. In mijn beleving woonden mollen alleen op boerderijen en in weilanden maar nu zat er eentje in mijn stadstuin, iets wat ik beschouwde als een groot compliment.

Toen mijn man een paar minuten later de tuin in liep en de molshoop zag trapte hij hem zonder aarzelen dicht. Ik schrok er zo erg van dat ik spontaan begon te huilen. Mijn lijf vulde zich met medelijden voor de mol en ik vroeg hem waarom hij dat had gedaan. Hij antwoordde dat hij geen molshopen in zijn gazon wilde en mijn hart brak doormidden. Want als iedereen zo dacht, waar moest de mol dan wonen? Het idee voor een kinderboek was geboren. Ik zou een boek schrijven waarin ik het verhaal van de mol zou vertellen. Het van zijn kant zou belichten en voor het eerst in mijn leven wist ik kraakhelder waarvoor ik hier op aarde was. Ik had een boodschap te verspreiden waarmee ik anderen wilde inspireren om na te denken over onszelf, ons leven, de aarde en de omgang met elkaar. Sinds die dag schrijf ik alleen dingen die deze boodschap ondersteunen. De schrijver in mij was wakker geworden maar mijn pen bleek slechts een middel te zijn.

In mij was er radicaal iets veranderd, ik voelde een ongekend sterk vertrouwen van binnenuit en begon over mijn mijmeringen in de polder te schrijven. Het liefst in de polder zelf want terwijl het riet zachtjes heen en weer deinde werden woorden me ingefluisterd door de wind. Gaandeweg vormde zich een bundel vol filosofische en spirituele mijmeringen, die ik doopte tot Boek van een dromer.

 

Thuis

Inmiddels woont de mol al vier jaar in onze tuin. Mijn man heeft beloofd geen molshopen meer dicht te trappen en ik beloofde hem dat zijn gazon ongeschonden zou blijven. Beide hebben we ons woord gehouden.

Komend jaar gaat het kinderboek ‘Een nieuw huis voor Hendrik Mol’ eindelijk in druk en sinds enige tijd werk ik aan het schrijven van een autobiografie. Nog steeds ben ik dagelijks in de polder te vinden waar ik me laaf aan rust en schoonheid. Maar bovenal aan inspiratie. De natuur als oneindige inspiratiebron voor al mijn hersenspinsels met de wintertaling als favoriet.

Dat ik niet voor altijd in de polder wil blijven weet ik inmiddels. Maar ik voel wel een sterke behoefte om landelijk te wonen en leven. Op een plek aan het water met veel groen, een royale moestuin en wat schattige zijdehoentjes. Ik wil een buitendouche, een kampvuurkuil en een steenoven voor zelfgemaakte pizza’s en zelfgebakken brood. Het verlangen om één met de natuur te zijn blijft, maar ik ontdekte dat dit ook kan in en om het huis. Uiteindelijk gaat het er niet om waar je bent maar wat je doet en hóe je het doet.

 

Boek van een dromer is verkrijgbaar bij elke boekhandel en is CO2 neutraal geproduceerd als eerbetoon aan moeder aarde.

Sneakpeek uit Boek van een dromer

 

Een lesje geduld

 

Terwijl ik over het grindpad tussen de weilanden loop, zie ik hoe hij met zijn kranige poten door het riet sluipt. De reiger tuurt ingespannen naar het water terwijl hij bedachtzaam langzame passen zet; hij jaagt op vis. Een statige vogel met een mooi motief over zijn borst, als een chique das. Terwijl hij zijn lange nek naar voren buigt blijf ik vol verwachting kijken.

Hij wacht. Toe dan, duik dan.

 

Maar hij duikt niet. Geruisloos zet hij een stap vooruit, zijn traagheid is gracieus en ik bewonder zijn geduld. Hij is gefocust op één doel: eten. Langzaam verplaatst hij zijn gewicht naar voren, dichter naar het water. Nu gaat het gebeuren en ik merk hoe opgewonden ik ben. Waarom zag ik nooit eerder een reiger vissen? Als kind groeide ik op aan een sloot; reigers zag ik elke dag. Ze waren zo gewoon geworden dat ze niet meer opvielen.

Maar deze reiger intrigeert mij. Ineens heft hij zijn kop op. Zal ik doorlopen? Ik heb het gevoel dat ik van alles moet doen, dat ik het me niet kan veroorloven om te blijven kijken. Vanwaar die haast?

 

Intussen sluipt hij langs de waterkant en neemt een nieuwe positie in. Hij staat met één poot op de oever en één in het water terwijl zijn manen wapperen in de wind. Ik realiseer me dat dit schouwspel vraagt om geduld, het geduld om te blijven staan kijken. Ik wil zien hoe de reiger zijn vis vangt. Hij wacht en kijkt. Liever één keer raak dan tien keer mis.

 

Dan springt hij plots met volle vaart in de sloot. Met een vis in z’n snavel loopt hij trots de oever op en van blijdschap hops ik op en neer. Terwijl hij met grote, trage passen het weiland in loopt werkt hij behendig de vis naar binnen en terwijl ik hem zo nastaar voel ik de rust die hij uitstraalt. Ik vraag me af wat wij aan het doen zijn met to-do-lijstjes en multitasking, gevuld met haast en stress. Van zijn geduld en aandacht kunnen wij veel leren en met deze bijzondere les in gedachten wandel ik verder.


Innerchild healing

Bekijk deze magische video van Edie Art met muziek van Jai Jagdeesh.